Aanvallen die lijken op epilepsie, maar géén epileptische oorzaak hebben, ze komen vaker voor dan je denkt. Toch zijn ze voor veel zorgprofessionals nog onbekend terrein. Functionele aanvallen zijn een vorm van een Functionele Neurologische Stoornis (FNS). Maar wat zijn Functionele (niet-epileptische) aanvallen eigenlijk? Hoe kun je ze herkennen? En vooral: hoe kun je er goed mee omgaan in de praktijk? Neuroloog dr. Anne Marthe Meppelink (SEIN) is gespecialiseerd in FNS en pleit voor meer kennis, erkenning én rust rondom deze aanvallen. “De klachten zijn écht, ook al zijn ze niet epileptisch.”
Wat zijn Functionele aanvallen (FA) precies?
Functionele aanvallen zien er vaak uit als epileptische aanvallen, met schokken, verstijvingen of het wegvallen van contact. Maar het verschil zit in de oorzaak: bij FNS is er géén epileptische activiteit in de hersenen. Lange tijd werden FNS vooral gediagnosticeerd door uit te sluiten wat het niet was – meestal epilepsie. Maar inmiddels is er sprake van een wetenschappelijke ‘paradigmashift’, legt Meppelink uit: “We kijken nu juist naar positieve kenmerken die wijzen op FNS. Dus wat zie je dat past bij een functionele aanval, in plaats van wat je mist bij epilepsie?”
Functionele Neurologische Stoornissen (FNS) worden ook nog wel eens Psychogene Niet-Epileptische Aanvallen (PNEA) genoemd. SEIN kiest bewust voor deze naamsverandering.
Hoe herken je FNS?
Voor zorgprofessionals zijn er steeds meer handvatten om FNS te herkennen. Hieronder een aantal signalen die kunnen wijzen op een functionele aanval:
- Veranderend ritme: de bewegingen stoppen ineens of veranderen tijdens de aanval.
- Lichaamsvolgorde: bijvoorbeeld eerst de linkerarm, later het rechterbeen.
- Geen typische afloop: iemand blijft stil liggen met rustige ademhaling en normale gelaatskleur, zonder verwardheid achteraf.
- Lange duur: aanvallen duren vaak langer dan bij epilepsie (soms wel een uur of langer).
- Bewustzijn tijdens aanval: mensen krijgen soms flarden van gesprekken mee, ondanks dat ze niet kunnen reageren.
Let op: Geen enkel kenmerk is op zichzelf bewijs voor de diagnose en deze is dus niet altijd definitief te stellen. Beelden van de aanval en een EEG-onderzoek zijn cruciaal.
Onderzoek: “Een derde van de patiënten heeft géén psychiatrische diagnose”
Bij FNS denken veel mensen aan psychische oorzaken. Hoewel dat vaak een rol speelt, is het beeld genuanceerder. Uit onderzoek (o.a. een grootschalige internationale studie onder ruim 300 mensen met functionele aanvallen), blijkt dat:
- Ongeveer 1 op de 3 patiënten géén psychiatrische diagnose had.
- FNS vaak voorkomt bij mensen met epilepsie, een verstandelijke beperking of autisme.
- Geen hersenschade ontstaat bij functionele aanvallen, ook niet bij lange duur.
- De aanvallen een zware impact hebben op het dagelijks leven, vergelijkbaar met die van epilepsie.
Meppelink: “Het is belangrijk dat zorgprofessionals niet automatisch denken: ‘Goed nieuws, het is geen epilepsie.’ De oorzaak is vaak complex en verschilt per persoon. Het belangrijkste is: de klachten zijn echt, en verdienen aandacht.”
“We kijken nu juist naar positieve kenmerken die wijzen op FNS. Dus wat zie je dat past bij een functionele aanval, in plaats van wat je mist bij epilepsie?” Dr. Anne Marthe Meppelink, neuroloog SEIN
Praktisch omgaan met FNS in de zorg
Voor begeleiders, verzorgenden en verpleegkundigen in de langdurige zorg, ggz of gehandicaptenzorg is het essentieel om goed voorbereid te zijn op FNS. Vanuit de epilepsiecentra SEIN en Kempenhaeghe zijn er een aantal adviezen:
- Blijf rustig
In tegenstelling tot epilepsie is er bij FNS geen risico op hersenschade, ook niet bij een langdurige aanval. Je hoeft dus niet direct in te grijpen. Paniek verergert vaak de situatie. “Zorg voor rust in de omgeving. Een aanval kan langer duren als mensen om de patiënt heen in paniek raken.” - Zorg voor veiligheid
Laat iemand niet alleen, maar grijp alleen in als er gevaar dreigt (bijvoorbeeld valgevaar). Meppelink: “Zeg rustig: ‘Je bent veilig, we zijn bij je.’ Dat helpt vaak meer dan fysiek contact, alhoewel het voor sommige mensen juist wel fijn kan zijn om een hand op de schouder te leggen. Dit is per persoon verschillend.” - Laat de aanval gebeuren
Niet trekken, schudden of ‘wakker proberen te maken’. Dit kan juist stress of onbegrip veroorzaken. - Maak video-opnamen bij twijfel
Videobeelden kunnen enorm helpen bij het stellen van de juiste diagnose. Zeker als er nog geen zekerheid is over epilepsie of FNS. - Ga serieus om met de ervaring
Vermijd uitspraken als “Stel je niet aan” of “Je hebt niks”. FNS is misschien niet epileptisch, maar de beleving is heftig en heeft impact.
Erkenning en kennis in de zorgpraktijk: nog een lange weg te gaan
Dr. Meppelink ziet in de praktijk nog veel misverstanden over FNS – ook bij medisch personeel zoals ambulancepersoneel. “Ik hoor regelmatig schrijnende verhalen van patiënten die niet serieus werden genomen. Ze kregen te horen: ‘Dit is geen epilepsie, dus stel je niet aan.’ Terwijl die mensen midden in een echte (functionele) aanval zaten.” Volgens Meppelink is er veel winst te behalen in scholing: “Niet alles wat schokt of trilt is epilepsie. FNS kan er heftig uitzien – soms zelfs met incontinentie – en dan is het belangrijk dat zorgverleners weten wat ze wél en juist níét moeten doen.”
“Als zorgprofessionals erkennen dat deze klachten écht zijn, zonder te oordelen, dan maken we al een wereld van verschil.”
Dr. Anne Marthe Meppelink, neuroloog SEIN
Wat kun jij doen als zorgprofessional?
- Verdiep je in FNS via folders, e-learnings of een kennissessie.
- Neem aanvallen serieus, ook als ze niet epileptisch zijn.
- Werk samen met neurologen, behandelaren en psychologen.
- Vraag binnen je team hoe jullie omgaan met aanvallen zonder epilepsie.
- Gebruik beschikbare materialen, neem contact op met de werkgroep FNS van de Nederlandse vereniging voor Neurologie (NVN).
Tot slot: meer begrip = betere zorg
De medische wereld kijkt inmiddels anders naar FNS dan vroeger. Waar het ooit werd gezien als een psychische ‘conversiestoornis’, is er nu meer oog voor het complexe samenspel van hersenen, gedrag en stress. Dat vraagt ook om een andere manier van denken én handelen in de dagelijkse zorgpraktijk. “We moeten het stigma rond functionele aanvallen doorbreken”, zegt Meppelink. “Als zorgprofessionals erkennen dat deze klachten écht zijn, zonder te oordelen, dan maken we al een wereld van verschil.”
Meer informatie
Vraag via Leerhuis Epilepsie meer informatie aan over de scholing PNEA (FNS). Je kunt je organisatie altijd vragen om een kennissessie of intervisie over FNS.
Serie artikelen
Dit artikel hoort bij de artikelenreeks over PNEA/FNS dat in 2025 verspreid is. Deze artikelenreeks wordt afgesloten met een gratis webinar over PNEA/FNS. Professionals uit de zorg kunnen hier op 14 oktober 2025 aan deelnemen.
Benieuwd naar de gehele artikelenreeks? Lees dan verder op deze website of download hem hier!
