Patiënten met aanvallen die op epilepsie lijken, maar het niet zijn: het komt vaker voor dan je denkt. Functionele Neurologische Stoornis (FNS), voorheen bekend als PNEA, zijn aanvallen die niet worden veroorzaakt door epileptische hersenactiviteit, maar door psychische processen. In gesprek met neuroloog Richard Lazeron bespreken we hoe je als zorgprofessional hiermee omgaat.
Wat is FNS (PNEA) precies?
FNS lijkt vaak sterk op epileptische aanvallen: mensen kunnen schokken, wegvallen of zich anders gedragen. Maar de oorzaak ligt niet in de hersenactiviteit. “Het is een echte aanval,” benadrukt Lazeron. “Alleen niet epileptisch. De oorzaak kan psychisch zijn, en is dan vaak gerelateerd aan stress of trauma.” Dat onderscheid is soms moeilijk te maken. Een EEG (hersenactiviteit meting) kan helpen, vooral als dat tijdens een aanval wordt afgenomen. Maar dat lukt lang niet altijd. “Sommige patiënten hebben meerdere soorten aanvallen: de ene keer epileptisch, de andere keer niet-epileptisch. Dat maakt het extra lastig.”
“Sommige patiënten hebben meerdere soorten aanvallen: de ene keer epileptisch, de andere keer niet-epileptisch. Dat maakt het extra lastig.”
Richard Lazeron, neuroloog Kempenhaeghe.
Wat kun jij als zorgprofessional doen?
Veel zorgprofessionals in zorgcentra of begeleid wonen-instellingen weten niet goed wat ze moeten doen bij een aanval. Volgens Lazeron is dat logisch – maar ook zonde. “Ze denken vaak: we moeten vaststellen of het epilepsie is of niet. Maar dat is niet hun taak. Wat wél belangrijk is: goed leren omgaan met de situatie.” Richard Lazeron geeft een aantal belangrijke adviezen:
● Werk als een team
“Zorgteams moeten onderling goed afstemmen wat ze doen tijdens een aanval,” legt hij uit. “Bijvoorbeeld: bij FNS is het vaak beter om iemand rustig te laten bijkomen met zo min mogelijk prikkels. Maar dat moet je wel samen afspreken en ook uitleggen aan de cliënt en de omgeving. Anders voelt het als in de steek laten.”
● Neem de patiënt mee in het proces
Lazeron pleit voor open communicatie. “Bespreek met de patiënt dat er verschillende oorzaken kunnen zijn voor aanvallen, en dat ook emoties en stress invloed kunnen hebben. Betrek de patiënt bij het zoeken naar verklaringen, vanaf het begin.”
● Zorg voor een gedetailleerde omschrijving van de aanval
“Zorg ervoor dat je een gedetailleerde omschrijving van de aanval kunt geven,” legt Richard uit. “Door een gedetailleerde omschrijving en mogelijk zelfs beeldmateriaal, kunnen artsen tijdens het diagnostisch traject sneller een diagnose stellen.”
● Noem FNS niet pas als laatste optie
“Wacht niet tot alles medisch is uitgesloten om FNS te benoemen,” zegt Lazeron. “Als je dat pas helemaal aan het einde doet, voelt het voor de patiënt alsof je zegt: ‘We weten het niet, dus het zal wel tussen de oren zitten.’ Dat kan het vertrouwen enorm schaden.”
● Wees duidelijk en eenduidig
“Wanneer iemand meerdere soorten aanvallen heeft, moet je als team goed benoemen wat jullie aanpak is bij elk type aanval. Wees daarin eenduidig, zodat de patiënt niet telkens andere signalen krijgt.”
Nog te vaak onbekend
Vanuit leerhuizen en zorginstellingen klinkt regelmatig de vraag: Wat moeten we doen met FNS? “Er mist soms kennis, maar ook vertrouwen,” zegt Lazeron. “Zorgprofessionals voelen zich onzeker, omdat ze denken dat ze een diagnose moeten stellen. Maar het belangrijkste is: weet hoe je goed kunt handelen tijdens en na een aanval, en werk samen als team.”
Tot slot: geef hoop, geen oordeel
Patiënten met FNS krijgen soms het gevoel dat hun klachten niet serieus worden genomen. “Zeg nooit: ‘Het zit tussen uw oren’, want de aanvallen zijn echt,” benadrukt Lazeron. “Leg liever uit: er is een kans dat een psychische oorzaak meespeelt, en dat we daar ook iets aan kunnen doen.”
Praktische tips voor zorgprofessionals
● Blijf rustig tijdens een aanval en bied een veilige, prikkelarme omgeving.
● Stel geen diagnose, maar signaleer en rapporteer zorgvuldig.
● Bespreek als team een vaste aanpak en communiceer deze met de cliënt / patiënt.
● Zorg voor psycho-educatie voor cliënt / patiënt, naasten én team.
● Betrek specialisten tijdig, zoals een arts of psycholoog met ervaring in FNS.
● Benader de cliënt zonder oordeel, erken dat de klachten écht zijn.
Serie artikelen
Dit artikel hoort bij de artikelenreeks over PNEA/FNS dat in 2025 verspreid is. Benieuwd naar de gehele artikelenreeks? Lees dan verder op deze website of download hem hier!
